Waar gaat het over

Nieuwe inzichten: de impasse doorbroken


Naakt, rechtop, monogaam, taal en grote hersenen

De
kern van het boek wordt gevormd door een volstrekt nieuw antwoord op de vraag waardoor de mens rechtop is gaan lopen. Dit is altijd een van de meest prangende vragen ten aanzien van onze evolutie geweest en daarover is misschien wel het meest gespeculeerd.
Een populaire theorie was lange tijd dat de mens op de savanne rechtop is gaan lopen. Op de savanne overheerst tenslotte het gras en is er weinig bos. De gedachte was dat het in zo’n omgeving minder toegevoegde waarde moet hebben gehad om goed in bomen te kunnen klimmen. Rechtop lopen met twee benen op de grond zou dan kansrijk kunnen zijn. Dan komen bovendien de handen vrij waardoor het mogelijk wordt om die te gebruiken voor het dragen van bij voorbeeld voedsel of iets anders.
Deze theorie was echter niet langer houdbaar toen enkele jaren geleden meerdere zeer oude fossielen in Noord- en Oost-Afrika gevonden werden. Die toonden aan dat de mens al vanaf ongeveer 7 miljoen jaar geleden regelmatig rechtop gelopen moet hebben. Het probleem was alleen dat er toen in die streken nog helemaal geen sprake was van savanne. Tropische bossen overheersten daar tot ongeveer 3 miljoen jaar geleden. D
at maakt het heel moeilijk om te  begrijpen waardoor de chimpansee-achtige klimmende mensaap die wij 7 miljoen jaar geleden waren, nu juist in het bos het vierhandig klimmen in de bomen deels verruilde voor tweebenig lopen op de grond. Het probleem lijkt zelfs een onoplosbare puzzel te worden als je inziet dat een mensaap in de bomen niet alleen het grootste deel van zijn voedsel vindt maar er bovendien veilig is voor roofdieren. Een mensaap zal daarom nooit zomaar de vertrouwde bomen verruilen voor de grond. Niettemin zijn dit wel de feiten, hoe raadselachtig die ook mogen lijken.

Homo nudus-de naakte mens lost dit oude raadsel voor het eerst bevredigend op door het verlies van de vacht als oorzaak daarvoor aan te merken. Zoals iedereen elke dag kan zien zijn mensen overwegend naakt op het lichaam. Dit is heel bijzonder voor een mensaap of primaat, van alle 200 primatensoorten is er maar een zonder vacht en dat zijn wij. Dat betekent dat de mens in de loop van zijn evolutie zijn vacht moet zijn kwijtgeraakt. Wanneer en hoe, wist tot voor kort niemand, het was even raadselachtig als rechtop lopen. Begrijpelijk, want het verliezen van de vacht is voor zoogdieren zeer gevaarlijk. Zoogdieren wekken namelijk net als vogels hun eigen warmte op en zijn daarom zeer gebaat bij goede warmteïsolatie. Maar een vacht doet meer dan isolatie alleen. Het beschermt de kwetsbare huid ook tegen directe zonneschijn en tegen schuur- en schaafwonden. Om al deze redenen hebben vrijwel alle zoogdier- en primatensoorten zelfs in de tropen een vacht.
De meeste primaten gebruiken hun vacht echter ook nog voor iets anders. Ze vervoeren er hun pasgeboren kinderen mee. De kleintjes hangen aan de buik van de moeder of rijden paardje op haar rug. Bijzonder is dat ze zich daarbij vastklampen aan haar vacht. Dat is heel handig want de moeder heeft daardoor haar handen vrij waardoor ze ondanks het kindtransport toch veilig kan klimmen. Zodoende is ze ook in deze tijd van intensieve kinderzorg in staat om voor zichzelf en het kind voor voldoende voedsel en veiligheid zorgen. De foto hieronder laat heel mooi zien hoe dat gaat bij chimpansees.

moederchimpmetbaby
moederchimpansee met baby

Zo ging het ook bij onze voorouders voordat wij onze vacht verloren, maar vanaf het moment dat wij naakt geworden waren ging dat niet meer. Het kind had geen grip meer op het naakt geworden vel van de moeder. De moeder werd genoodzaakt het kind in haar armen te gaan dragen. Zodoende had ze haar handen niet langer vrij en kon ze niet meer veilig in de bomen klimmen. Zo lang het kind gedragen moest worden, ongeveer 8 maanden lang, zat er voor haar niets anders op dan geregeld met twee benen op de grond te leven, ook al was er bos in overvloed.
Deze reconstructie van de gebeurtenissen verbindt twee van onze meest opvallende eigenschappen onlosmakelijk met elkaar, ons naakte vel en rechtop lopen. We kunnen daardoor ook bepalen hoe lang de mens al naakt door het leven moet zijn gegaan. Als vachtverlies logischerwijs vooraf ging aan rechtop lopen dan is dat minstens 7 miljoen jaar. Verder kan hieruit worden afgeleid dat de mens als direct gevolg van zijn naaktheid en klimproblemen in dezelfde periode monogaam moet zijn geworden. Voor monogamie geldt net als voor de naaktheid en het rechtop lopen, dat het ontstaan en de ouderdom ervan raadsels zijn. De slotsom die wordt opgemaakt is dat naaktheid, rechtop lopen en monogamie rond 7 miljoen jaar geleden in samenhang zijn geëvolueerd en ten nauwste met elkaar verbonden zijn. Dit is de enige reconstructie die ooit gemaakt is die mag stellen in overeenstemming te zijn zowel de geologische en klimatologische geschiedenis van Afrika als het beeld dat de fossielen schetsen. Daarmee zijn drie hardnekkige raadsels rond onze evolutie opgelost. Deze inzichten zijn volkomen nieuw.
Vanaf 2,5 miljoen jaar geleden verwerft de mens vervolgens zijn uitzonderlijk grote hersenen. Ook het ontstaan van deze eigenschap is nimmer bevredigend verklaard en er is veel over gespeculeerd. In Homo nudus-de naakte mens wordt aangetoond dat de mens zijn grote hersensen verwierf doordat hij met behulp van taal ging communiceren. Anders dan altijd werd gedacht laat taal daarmee onverwacht duidelijk sporen na in het fossielenarchief: onze groeiende hersenpan. Stap voor stap wordt duidelijk op welke evolutionair logische wijze taal moet zijn ontstaan, hoe dit heeft kunnen leiden tot grote hersenen en waarom de chimpansee deze evolutie in tegenstelling tot ons niet heeft doorgemaakt. Ook deze inzichten zijn nog niet eerder aan het papier toevertrouwd.

Een compleet beeld

Het verlies van de vacht, het rechtop lopen, de monogame relatie, taal en onze grote hersenen, het zijn de belangrijkste eigenschappen van de mens die in Homo nudus-de naakte mens stuk voor stuk en in samenhang verklaard worden. Deze eigenschappen vallen zeker het meeste op en maken ons meer dan welke andere eigenschap ook tot wie we zijn, maar daarmee zijn onze eigenaardigheden nog allerminst compleet. Gaandeweg het boek komen vele daarvan langs, zoals onder meer de voedselbereiding, het gebruik van werktuigen, het  verblijf op vaste plaatsen, jagen, verzamelen, oorlogsvoeren, het opvoeden van andermans kinderen, zweten, huidskleur, het verdwijnen van de snuit, enzovoort. Het beeld van de mens zoals we die vandaag kennen wordt naarmate het boek vordert steeds completer.

EINDELIJK EEN COMPLEET en SAMENHANGEND BEELD VAN ONze evolutie